Eribon / Louis / Bourdieu / Fisher / Rooney

In de niet-academische filmkritiek wordt wel gesproken van een 'cyclus' van films: een groep films, uitgebracht in een korte historische periode, die 'familie-overeenkomsten' vertonen in thematiek, stijl, genre, narratieve patronen, etc.  Een cyclus is vaak een setje teksten dat bestaat binnen een genre (zoals bv de jaren-zestig westerns), vaak is er (in film) sprake van beïnvloeding, imitatie - maar niet altijd: het kunnen ook vergelijkbare reacties op, zeg, cultureel-politiek ontwikkelingen zijn.

Het idee van een 'cyclus' lijkt me ook een handige term om literatuur mee te beschrijven. In Frankrijk is de laatste jaren een 'cyclus' van boeken gepubliceerd (van Louis, Eribon, Bourdieu) die duidelijke familie-overeenkomsten hebben: het zijn post-Foucaultiaanse 'bekentenisromans' - d.w.z. autobiografische teksten die weten dat een subject geconstrueerd is door instituten, machtsregimes, etc. en die dus beseffen dat het schrijven van een autobiografie altijd ook een theoretisch project is. Eribon's Retour a Reims is misschien het duidelijkste voorbeeld. Dit boek beschrijft enerzijds hoe zijn intellectuele nieuwsgierigheid en ambitie gedreven is door een verlangen om te ontsnappen aan zijn achtergrond, en anderzijds laat het zien hoe een begrip van deze achtergrond mogelijk is geworden door de theoretische inzichten (van Foucault, Bourdieu) die hij heeft opgedaan. Het verhaal is daardoor een verhaal van een breuk. Hij schrijft ook in een stijl die half verhalend-literair is en half theoretisch, met beschouwende passages die dan weer Proustiaans, dan weer academisch zijn (met voetnoten die verwijzen naar Sedgwick, Gofman, Boudieu, Foucault). Didier construeert bovendien in het boek een mini-canon van andere 'transformatieve' zelf-analyses. Hij noemt Bourdieu's Schets voor een Zelfanalyse, maar ook de autobiografische roman van Raymond Williams, Border Country (1960) waarin hij zowel zijn academische interesses vanuit zijn klassenachtergrond probeert te begrijpen - of liever hoe zijn academische drive voortkomt uit een verlangen om te breken met deze achtergrond en een verlangen om deze achtergrond te begrijpen en er zo (op een paradoxale manier) trouw aan te blijven. Een andere auteur die Eribon telkens noemt is Annie Ernaux.  (En het autobiografische werk van De Beauvoir wordt telkens genoemd als de belangrijkste invloed.)

Eribon's boek is van invloed op het literaire project van Edouard Louis, wiens eerste boek is opgedragen aan Eribon. Nog meer dan het werk van Eribon draait het in Louis's werk om een beschrijving van een breuk met zijn verleden. Hij vindt hierbij een schrijfstijl die niet zozeer tot de bekentenisliteratuur.

Dit schrijven is, enerzijds, het product van academische (post-structuralistische) inzichten, en anderzijds van een verlangen om deze inzichten ook te plaatsen, te begrijpen, te historiseren. 

Op een hele andere wijze - en aan de andere kant van het kanaal - kan het werk van Mark Fisher gezien worden als een poging om de grens tussen het theoretische en het persoonlijke te beslechten. Fisher komt niet zozeer vanuit de Queer Studies, maar vanuit de kritische theorie. Elke culturele analyse is ook een zelfanalyse. En waar bij Eribon en Louis klasse en seksuele identiteit centraal staan, daar is het bij Fisher de worsteling met zijn depressie.

Fisher koos niet zozeer voor de roman als 'tussenvorm' van het weblog. Op K-punk publiceerde hij teksten die gedeeltelijk autobiografisch, gedeeltelijk politiek, en gedeeltelijk filosofisch waren. Hij ontwikkelde een vorm van schrijven die weer van invloed zou zijn op Sally Rooney (Normal People).  (Naast Fisher publiceerde een hele groep van andere 'marginale' academici hun teksten op blogs. Dit zouden de voortrekkers van het nieuwe 'speculatief realisme' worden.)








Reacties

Populaire posts van deze blog

You Were Never Really Here

Lost in Humorous Translation.

Consuming Pleasures