A Ghost Story
A Ghost Story (David Lowery, 2017) is net als Get Out en Under the Skin onderdeel van de golf indy-horrors die genre-elementen en Arthouse proceedees met elkaar vermengen.
Het leuke aan Ghost Story is niet zozeer de thematische verlening van een spookverhaal met een psychologisch portret van rouw. Dat is eerder gedaan (o.a. in Ozon's Sous le Sable), en dreigt zelfs een beetje een dooddoener te worden.
Wat me boeit in de film is dat het gebruik maakt van het in de Arthouse gangbare proceedee van het weergeven van 'dode tijd,' van momenten van 'duur,' waarin niets gebeurt, niets verteld wordt, en de camera slechts aanstaat en registreert.
In A Ghost Story gebeurt dit bijvoorbeeld op het moment dat het vrouwelijke hoofdpersonage na het overlijden van haar man weer thuis komt. Minutenlang zien we haar verdiept in dagelijks beslommeringen (boodschappen opruimen, een taartje eten), steeds geschoten van dezelfde, ietwat saaie hoek, zonder cuts, zonder filmmuziek, zonder dialoog.
Deze scene doet denken aan Jeanne Dielman - en Lowery noemt in interviews ook Chantal Akerman als inspirerend voorbeeld (naast Tsai Ming-liang en Apichatpong Weerasethakul) - en dan met name de beroemde real time weergave van de koffiepauze van Jeanne, die in de bovenstaande scene wordt geciteerd.
Maar de 'neutrale' blik in Jeanne Dielman is nu intern gefocaliseerd door een spook. Een spook dat, maf genoeg gerepresenteerd is door een deken met twee gaten erin.
Het spook ziet er daarmee niet alleen uit als een kindertekening van een spook (zoals de meeste recensenten opmerkten), maar het is ook te lezen als een 'rebus:' een laken (dat een lichaam verbergt) + twee gaten voor ogen = een blik zonder lichaam.
Het spook heeft 'eyes without a face.' Het is daarmee ook een pinhole camera: een apparaat dat verduistert en slechts een lichtstraal doorlaat, terwijl het het kijkende lichaam 'onttrekt' aan het visuele veld.
Anyway, de verwijzing naar Jeanne Dielman onderstreept ook dat Chantal Akerman's feministische klassieker ook een film over rouw is. Jeanne is immers weduwe. De 'lege' scenes geven het ook aan wat het is om te leven met een afwezige blik. Voor iemand in de rouw is de blik van de ander niet gewoon afwezig, maar het is, zeg, een aanwezige afwezigheid.
De camera is daar een perfecte metafoor voor.
Het leuke aan Ghost Story is niet zozeer de thematische verlening van een spookverhaal met een psychologisch portret van rouw. Dat is eerder gedaan (o.a. in Ozon's Sous le Sable), en dreigt zelfs een beetje een dooddoener te worden.
Wat me boeit in de film is dat het gebruik maakt van het in de Arthouse gangbare proceedee van het weergeven van 'dode tijd,' van momenten van 'duur,' waarin niets gebeurt, niets verteld wordt, en de camera slechts aanstaat en registreert.
In A Ghost Story gebeurt dit bijvoorbeeld op het moment dat het vrouwelijke hoofdpersonage na het overlijden van haar man weer thuis komt. Minutenlang zien we haar verdiept in dagelijks beslommeringen (boodschappen opruimen, een taartje eten), steeds geschoten van dezelfde, ietwat saaie hoek, zonder cuts, zonder filmmuziek, zonder dialoog.
Deze scene doet denken aan Jeanne Dielman - en Lowery noemt in interviews ook Chantal Akerman als inspirerend voorbeeld (naast Tsai Ming-liang en Apichatpong Weerasethakul) - en dan met name de beroemde real time weergave van de koffiepauze van Jeanne, die in de bovenstaande scene wordt geciteerd.
Maar de 'neutrale' blik in Jeanne Dielman is nu intern gefocaliseerd door een spook. Een spook dat, maf genoeg gerepresenteerd is door een deken met twee gaten erin.
Het spook ziet er daarmee niet alleen uit als een kindertekening van een spook (zoals de meeste recensenten opmerkten), maar het is ook te lezen als een 'rebus:' een laken (dat een lichaam verbergt) + twee gaten voor ogen = een blik zonder lichaam.
Het spook heeft 'eyes without a face.' Het is daarmee ook een pinhole camera: een apparaat dat verduistert en slechts een lichtstraal doorlaat, terwijl het het kijkende lichaam 'onttrekt' aan het visuele veld.
Anyway, de verwijzing naar Jeanne Dielman onderstreept ook dat Chantal Akerman's feministische klassieker ook een film over rouw is. Jeanne is immers weduwe. De 'lege' scenes geven het ook aan wat het is om te leven met een afwezige blik. Voor iemand in de rouw is de blik van de ander niet gewoon afwezig, maar het is, zeg, een aanwezige afwezigheid.
De camera is daar een perfecte metafoor voor.



Reacties
Een reactie posten